Oude-Tonge was de plaats met het grootste aantal doden bij de watersnood van 1953, in de nacht van 31 januari op 1 februari kwamen 305 mensen om het leven (bijna 10% van de bevolking).
De storm zwol aan vanaf zaterdagavond 31 januari. Het water steeg razendsnel in de Grevelingen. Rond middernacht en in de vroege uren overspoelde het water al dijken elders, maar in Oude-Tonge werd de ernst pas laat duidelijk. Rond 3.30-4.00 uur 's nachts wordt de burgemeester gewekt door dorpsgenoten, omdat het water bij de keersluis al bijna over de dijk stroomde. Er werd besloten het dorp te waarschuwen, maar de stroom was uitgevallen, waardoor de elektrische kerkklok niet kon luiden. Er was geen sirene of ander alarmsysteem. Kort na 4.00 uur brak de zeedijk door tussen Battenoord en de Klinkerlandse Zeedijk. Dit leidde tot een enorme dijkdoorbraak. Het water stroomde met grote kracht en snelheid de polders in, als een vloedgolf. Binnen een half uur stond het dorp plots 2 tot 3 meter onder water. Huizen aan de westkant kregen de volle laag: golven beukten op de bebouwing, muren stortten in, daken werden weggeslagen en mensen werden verrast in hun slaap. Families verdronken in hun eigen huizen, op zolders of terwijl ze probeerden te ontsnappen. Alleen al de Julianastraat telde 65 doden. Het water kwam van westen en noorden, dus de westkant van het dorp kreeg de zwaarste klap. Boerderijen in de omliggende polders werden ook weggevaagd. Veel slachtoffers vielen tijdens de tweede vloed (zondagmiddag, rond ongeveer 16.00 tot 18.00 uur). Doordat de hulpverlening zich concentreerde op de randgebieden en lang de ernst op Goeree-Overflakkee en Schouwen-Duiveland onbekend bleef, zaten veel overlevenden van de nacht nog altijd op daken, zolders, bomen of andere hoge punten. Tijdens deze tweede vloed stortten huizen alsnog in en velen die de eerste nacht hadden overleefd, verdronken nu alsnog.