Harderwijk (uitspraak; Nedersaksisch: Harderwiek) is een stad en gemeente in de Nederlandse provincie Gelderland. In de 17e eeuw was er een aantal verschillende vormen van de naam voor Harderwijk, zoals Harderwiick, Herderewich en het gelatiniseerde Hardervicum.
In 1231 kreeg de naast Selhorst gelegen nederzetting Herderewich stadsrechten van Otto II graaf van Gelre en Zutphen en werd hiermee de eerste stad van de Veluwe. De Sint Nicolaaskerk bleef aanvankelijk als parochiekerk buiten de stadsmuren fungeren. Harderwijk kende vier landpoorten, dat waren de Luttekepoort, de Peelenpoort, de Grote Poort en de Smeepoort, en aan de zeekant de Hoge en de Lage Bruggepoort (vanaf 1544 Vischpoort genoemd). Archeologisch onderzoek in 2006 heeft aangetoond dat Harderwijk rond 1250 al een bakstenen gebouw had in de Bruggestraat. In 1290 is er een eerste vermelding van de minderbroeders in Harderwijk. Bij opgravingen in 2014 werden de fundamenten van de kerk, behorend bij het minderbroedersklooster in de binnenstad, teruggevonden. Van het in 1310 door graaf Reinald I gebouwde Oude Blokhuis zijn restanten bewaard gebleven.
In de dertiende eeuw ontwikkelde Harderwijk zich al als handelsstad. Harderwijkse schepen werden gesignaleerd in Vlaanderen, Duitsland en Engeland. De lading bestond uit onder andere wol, huiden, haring en hout. Op het stadszegel werd een koggeschip afgebeeld.